Voortplanting

Voordat je begint met het laten voortplanten van gerbils, is het heel belangrijk dat je er vantevoren goed over nadenkt. Is het wel in het belang van je gerbils? Of doe je het alleen maar omdat je het zelf leuk vind om een keertje te zien? Zijn je gerbils onverwant aan elkaar? Komen er in hun families ziektes of aandoeningen voor? Heb je wel genoeg tijd om voor de pups te zorgen? Wat doe je met de pups? Ga je ze zelf houden? Ga je ze verkopen? Zoja, aan wie? Kun je voldoende informatie meegeven over het houden van gerbils? Wat als je geen nieuwe baasjes kan vinden voor de pups? Wat als de geslachten niet mooi uitkomen? Kun je zelf gerbils koppelen? Wat als je pups niet gezond blijken te zijn? Heb je voldoende ruimte en bakken om alle pups te huisvesten als je ze niet meteen verkocht krijgt?

Dit zijn nog maar een paar van de vele vragen waar je over na moet denken voordat je een mannetje en een vrouwtje aan elkaar gaat proberen te koppelen. Het belangrijkste is nog wel om te zorgen dat de dieren niet de dupe worden van een opwelling.

Het is lang niet altijd mogelijk om een vrouwtje weer terug te koppelen aan haar vroegere vriendinnetje en een mannetje aan zijn vroegere vriendje als ze tijdelijk uit elkaar zijn geweest, zelfs al is het maar voor een mislukte koppelpoging, dus zelfs dan is de schade van het plan niet zomaar te herstellen.

Stambomen

Een stamboom is iets wat een fokker in het geval van gerbils niet gebruikt om mee te kunnen doen aan shows en dergelijke, maar simpelweg om bij te houden wie de voorouders zijn van zijn of haar gerbils. Op deze manier weet je welke gerbils aan elkaar verwant zijn, en kun je ook bijhouden of er (erfelijke) ziektes voorkomen in de familie. Helaas komen veel aandoeningen bij gerbils pas rond een leeftijd van ongeveer 2 jaar of later opduiken, terwijl een vrouwtje op een leeftijd van anderhalf jaar echt met pensioen moet. Zo heeft ze wellicht al 2 of 3 generaties nageslacht voordat blijkt dat ze een nare aandoening doorgegeven heeft aan haar nageslacht. Als je niet bijhoudt wat voor ziektes je gerbils krijgen op latere leeftijd, kun je dit soort aandoeningen ook niet voorkomen. Houdt je het wel netjes bij, dan kan je als fokker zelf niet verder fokken met de dieren en alle andere fokkers aan wie je dieren uit dezelfde lijn verkocht hebt hier ook van op de hoogte stellen. Vooral bij epilepsie en tumoren is daar in het verleden een zinvolle selectie op gemaakt, waar we nu nog steeds profijt van hebben.

Geslachtsrijp

Gerbils kunnen vanaf 7 weken geslachtsrijp worden,  soms zelfs nog eerder. Voor die leeftijd moeten vaders dus bij hun dochters, zoons bij hun moeders en broers bij hun zussen weggehaald worden, om incest te voorkomen. In de meeste gevallen zal het iets langer duren voordat er daadwerkelijk een paring volgt, maar ik heb al eens een zoon van 5 en halve week een poging zien doen om zijn moeder te dekken. Vaak lukt dat dan ook nog niet meteen, maar in een behoorlijk deel van de gevallen zit je dan met de gevolgen van incest. Bovendien is het vooral voor jonge vrouwtjes nog niet gezond om al pups te krijgen. De meningen zijn er enigszins over verdeeld, maar ik denk dat het verstandig is om een vrouwtje eerst rustig uit te laten groeien en pas aan een mannetje te koppelen als ze minstens 5 maanden oud is. Een vrouwtje moet haar eerste nestje krijgen voordat ze 1 jaar oud is, omdat ze anders in problemen kan komen bij de bevalling omdat ze van onderen minder flexibel wordt naarmate ze ouder wordt. Een vrouwtje dat al eens pups gehad heeft moet uiterlijk als ze anderhalf jaar oud is met pensioen. Daarna wort het dragen, bevallen en zogen fysiek zo zwaar voor haar dat de kans groot is dat ze niet voldoende melk geeft of zelfs komt te overlijden, wat meestal ook in de dood van haar pups resulteert. Een mannelijke gerbil kan zodra hij geslachtsrijp is ingezet worden voor de fok. Echter zal een vrouwtje in de meeste gevallen zo’n jonge partner niet meteen accepteren en de kans is dan ook groot dat er de eerste maanden geen pups geboren worden.

Tweetal

Ook als je een fokkoppel samenstelt, of misschien wel vooral als je een fokkoppel samenstelt, is het belangrijk om gerbils per twee te houden. Dus zet een mannetje bij een vrouwtje. Anders ontstaat er in de meeste gevallen jaloezie en zal er gevochten worden. Vaak wordt er nestroof gepleegd als er pups geboren worden of worden de pups gedood. Dat kan niet de bedoeling zijn.  Binnen een groep zal elke gerbil die zin heeft elke andere gerbil dekken, dus niet alleen de dominantste binnen de groep. Zet dus ook op tijd vader en dochters en moeder en zoons uit elkaar om incest te voorkomen.

Dekken

Een vrouwtje heeft een cyclus van 4 a 5 dagen waarvan ze een dag bereid is tot paren. Op deze dag zal het mannetje het vrouwtje dekken, al is de kans groot dat hij het op andere dagen ook probeert. Vaak zal het vrouwtje dan niet meewerken. De kans is groot dat een dekking leidt tot een zwangerschap.  Op een vruchtbare dag verspreid het vrouwtje een speciale geur, waardoor het mannetje weet dat paringsbereid is. Op deze dag zal het mannetje (meestal vanaf het begin van de avond) soms wel uren lang achter haar aanjagen. Hij rijdt heel kort op haar, waarbij hij na elke penetratie zijn geslachtsdeel zal likken. Het vrouwtje biedt in dit geval haar kontje echt aan en het mannetje werkt om haar staart heen, waardoor dit gedrag vaak vrij eenvoudig te onderscheiden is van dominantie rijden. Het vrouwtje zal haar geslachtsdelen pas likken als er een zaadlozing heeft plaatsgevonden. Na elke penetratie zal ze kort wegrennen, maar zich korte tijd later weer opnieuw aanbieden.

Zwangerschap

Als de dekking gelukt is (en vaak is dat meteen het geval, anders zie je na 4-5 dagen opnieuw een dekkingstafereel) zal het vrouwtje na 24 tot 26 dagen bevallen van haar eerste nestje. Had ze al pups, dan kan ze de draagtijd uitstellen tot zo’n 40 dagen, en zal ze zelden binnen 26 dagen na de geboorte van haar eerdere nest opnieuw bevallen. In deze periode en tijdens het zogen wordt er behoorlijk wat van het lichaam van het vrouwtje gevraagd, dus zorg dat ze voldoende te eten krijgt en vul haar voeding aan met extra dierlijke eiwitten. Die heeft ze op dit moment hard nodig. In de meeste gevallen zal je niet aan het vrouwtje merken dat ze bijna gaat bevallen. Veel vrouwtjes spelen zelfs vrolijk door tussen de geboorte van twee verschillende pups. Wat je wel kunt waarnemen is dat het vrouwtje langzaam aan een steeds bollere buik krijgt, de laatste week heeft ze echt een soort peervorm en op de laatste dag kun je de pups soms zelfs zien bewegen in haar buik. Vlak voor de bevalling zal het mannetje in de meeste gevallen ergens anders een nestje gaan bouwen, omdat het vrouwtje haar nest voor zichzelf wil hebben.

De geboorte

In veel gevallen bevalt het vrouwtje ’s nachts, in alle rust, maar andere tijdstippen komen ook voor. Dit doet ze niet altijd in een warm nestje, vaak liggen de pups de eerste paar uur open en bloot in de bak, vaak kun je kort van tevoren al ontsluiting zien, al is het niet raadzaam om een dame die bijna gaat bevallen nog op te pakken of te veel te storen. Zodra er een pupje aankomt, trekt ze deze naar buiten en likt ze deze schoon. Ook eet ze de bloederige restanten meteen op: dit zijn immers kostbare voedingsbronnen, die bovendien naar kunnen gaan rotten (of in het wild roofdieren aantrekken) als ze zouden blijven liggen. Daarna duurt het vaak even voordat het volgende pupje zich aandient en in de tussentijd gaat het vrouwtje vaak druk bezig met verbouwen of spelen, of wordt ze zelfs al opnieuw gedekt. Als alle pups geboren zijn, sleept de moeder ze meestal naar een veilig, warm nestje, waar ze de eerste dagen niet gestoord moeten worden. Gemiddeld worden er 5 pups geboren, maar nestjes kunnen 1 tot 12 pups bevatten. Een eenzame pup heeft niet veel kans om te overleven, omdat hij vaak niet voldoende melkproductie kan stimuleren. Lukt dat hem wel in de eerste paar dagen, dan heeft hij juist een veel grotere kans om te overleven, omdat hij geen melk hoeft te delen. In een nest met meer dan 8 pups zijn er niet genoeg tepels om alle pups tegelijk te laten drinken. Vaak zie je hierbij dan ook dat de pups langzamer groeien of er zelfs een pup uitvalt omdat deze gewoon niet genoeg voedingsstoffen krijgt.

Dag 1 tot 10

De pups zijn helemaal kaal, doof en blind geboren en voorlopig helemaal afhankelijk van hun moeder (en vader die helpt bij het warmhouden). Hun huidje is enigszins doorschijnend en daardoor is het meteen vanaf de geboorte al te zien of een pup zwarte of rode oogjes heeft. Wat vaak na enkele uren ook zichtbaar wordt is een wit-gelige vlek in de buik. Dit betekent dat het pupje gedronken heeft, de melk kun je zo zien. De pups kunnen weliswaar zelf drinken, toch hebben ze om voedingsstoffen op te nemen een beetje hulp nodig van hun ouders. Deze likken flink over de buik en vooral ook de anus van de pups om de spijsvertering te stimuleren. Dit gedrag blijven ze lange tijd vertonen, maar is zeker de eerste twee weken van levensbelang voor de pups. Na een dag kun je vaak al een gekleurde gloed zien over het pupje, pups die uiteindelijk zwart worden zijn dan al te onderscheiden van de pups die een lichter kleurtje gaan krijgen. De eerste dagen neemt hun gewicht met ongeveer 1 gram per dag toe, wat best veel is gezien ze ongeveer 2 gram wegen bij de geboorte. Op dag vier komen de oortjes los van het hoofdje en beginnen de eerste haartjes door te komen. Daarna gebeurd er niet zoveel spannends tot ze ongeveer een dag of 10-11 zijn. In deze periode is het vachtje van de gerbils nog zo dun, dat ze moeilijk de geur van hun ouders vast kunnen houden. Daarom moet je een babygerbil in deze periode zo min mogelijk oppakken, tenzij de ouders echt vergeten zijn om deze pup in het nest te leggen. Meestal komt de moeder ze vanzelf halen, of legt bewust een pup eruit als ze door heeft dat het pupje zwakker is of dat ze zelf niet genoeg energie heeft om alle pups te verzorgen. Op dag 10 is het heel goed te zien wat voor geslacht de pups hebben. De buikhaartjes zijn dan namelijk nog net niet doorgekomen, waardoor de tepels bij de vrouwtjes zichtbaar zijn. Iemand die voor de eerste keer een pupje bekijkt, zal ze misschien over het hoofd zien, maar voor een ervaren fokker zijn ze niet te missen. De mannetjes hebben op deze leeftijd geen zichtbare tepels. Daarnaast is bij hen de geurklier veel groter en duidelijker zichtbaar en is de afstand tussen de geslachtsopening en de anus ongeveer twee keer zo groot als bij hun zusjes. Op een leeftijd van 10 dagen hebben pups al een behoorlijk vachtje op hun rug, waardoor de pups zichzelf veel beter warm kunnen houden. Ook is er minder kans op het verstoten van de pup doordat hij vreemd ruikt, omdat de nestgeur beter in het vachtje blijft hangen. Ook kan de kleur al vrij nauwkeurig bepaald worden op deze leeftijd, al zullen de meeste fokkers aan de hand van de gencodes van de ouders en de eerder verkleuringen ook al wel een aardige schatting kunnen maken van de kleur.

11 dagen tot 4 weken

Vanaf deze leeftijd gaat de ontwikkeling van de pups vrij snel en kun je ook beginnen met het tam maken van de pups, door ze voorzichtig aan je handen te laten wennen. Pas op! Pups zijn springerig! Op dag 11 komen de eerste buikhaartjes door en beginnen de pups al voorzichtig door de bak te kruipen. Veel moeders vinden dat maar niets en slepen de pups meteen weer terug in het nest, maar bereid je vanaf dit moment voor op schattige rondkruipende pupjes. Vanaf dag 14 komen de tandjes door, en zullen de pups gaan proberen vast voedsel te eten. Dit is alleen nog maar een kleine aanvulling op de moedermelk die ze nu drinken, maar het begin is er. Vanaf dag 16 tot 18 gaan de oogjes open. Vaak zie je dan pups eerst met een klein spleetje kijken naar de wereld, terwijl hun broertjes en zusjes nog blind door de bak heen kruipen, en vaak al met behoorlijke snelheid tegen alles opbotsen. Nadat de ogen open gaan, zie je vaak binnen een paar dagen een complete transformatie van de pups. In plaats van pupjes die door de bodembedekking lijken te zwemmen, gaan ze ineens recht op hun pootjes staan en rond dag 21 zijn het volmaakte miniatuur gerbiltjes. Ze drinken nog steeds bij hun moeder, maar knabbelen ook al aardig wat mee op het vaste voedsel, waarbij kleine pitjes wel aanzienlijk makkelijker voor ze zijn dan de grote brokken die hun ouders met gemak wegknagen. Vanaf 26 dagen is er een redelijke kans dat er een nieuw nestje geboren gaat worden (als de vader er nog bij zat op het moment dat dit nestje geboren werd althans). Dan kan het zijn dat moeder het te druk vind en de pups verjaagd. In de meeste gevallen is het voldoende als de pups niet in het nest kruipen, maar als ze achter haar pups aan blijft jagen, kun je het beste de vader met de pups apart zetten. In principe drinken ze nu nog wel melk, maar ze eten genoeg vast voedsel om het hierop ook te redden.

4 tot 7 weken

Vanaf nu zijn je gerbils al zo ver ontwikkeld dat ze niet meer in levensgevaar zijn als ze het zonder ouders zouden moeten doen. Echter hebben ze nog veel te leren en is het voor de ontwikkeling van een sociaal karakter erg belangrijk dat ze een volwassen voorbeeld hebben. Vanaf 5,5 week kunnen extreem vroege gerbils geslachtsrijp worden. In dit geval kun je beter de vader bij de dochters weghalen en de zonen met hem mee laten verhuizen. Zorg wel dat de pups tot 7 weken nog een volwassen gerbil (dus ofwel een ouder, ofwel een oudere broer of zus) heeft om gerbilgedrag van te leren, maar zet ze nog niet in een koppeling, dat is te stressvol voor zo’n klein pupje, tenzij ze anders alleen komen te zitten.

Vanaf 7 weken

Gerbilpups staan erom bekend dat ze makkelijker te koppelen zijn dan volwassen gerbils, maar dit voordeel houden ze maar tot ze een week of 10 oud zijn. Daarna tellen ze als volwassen gerbils qua moeilijkheid van koppelen. Tot een week of 12 kan je eventuele overgebleven pups nog wel bij de ouders houden of met meer broers en zussen bij elkaar. Daarna is het echt heel belangrijk om de gerbils per tweetal te gaan huisvesten. De speelse stoeipartijen slaan rond deze leeftijd vaak snel om in serieuze ruzies, dus zorg dat je dan niet meer dan 2 gerbils bij elkaar hebt zitten.

Aantal nestjes

Een koppel gerbils zal in de regel ongeveer elke maand een nestje krijgen en dat is natuurlijk erg leuk. Echter is dat ook erg zwaar voor het vrouwtje. Zorg dus dat ze niet meer dan 3 nestjes achter elkaar krijgt zonder een pauze, en niet meer dan 5 nestjes gedurende haar leven. Als een vrouwtje in verwachting is van haar 3e nestje op rij, of van haar 5e nestje in totaal, haal je dus het mannetje bij haar weg. Ook als je merkt dat haar gezondheid achteruit gaat, haal je het mannetje erbij weg voordat een laatste nestje geboren wordt. In het geval van een fokpauze wacht je tenminste tot de pups van haar laatste nestje 7 weken oud zijn voordat je haar opnieuw koppelt aan een mannetje. Dan heeft ze een periode gehad waarin ze niet hoefde te zogen en ook niet zwanger was, zodat ze weer helemaal vol energie is voor haar laatste nestjes. In principe zorg je ook dat een vrouwtje altijd tenminste 2 nestjes achter elkaar krijgt. Op die manier kan de vader helpen bij het opvoeden van het eerste nest, tot vlak voor het tweede nestje geboren wordt. Daarna zorg je dat een dochter uit het eerste nest de moeder kan helpen met het opvoeden van het tweede nestje. Probeer ook liever niet een zwanger vrouwtje te koppelen, vaak accepteert ze dan sowieso maar moeilijk andere gerbils en zeker niet rond de bevalling en de jonge pups. Uiteraard is een maatje hebben wel fijn, maar het risico voor haar pups en haarzelf is groot als je dan gaat koppelen.

Voor het mannetje zijn er niet zulke zware restricties op het aantal nestjes of op zijn leeftijd. Hij mag vanaf 7 weken beginnen en kan doorgaan zolang hij nog geaccepteerd wordt door de dames. Een mannetje dat 3,5 is en nog succesvol aan een dame gekoppeld kan worden en zich voort kan planten, heeft zelfs als voordeel dat je zeker weet dat hij nog geen ernstige gezondheidsproblemen heeft gehad tot dat moment en de kans is groot dat hij die gunstige genen doorgeeft aan zijn nageslacht. Uiteraard zal een man dan wel regelmatig gekoppeld moeten worden, dat is voor hem ook vrij stressvol. Het is waarschijnlijk fijner als je hem af en toe ook even wat rust geeft door hem even niet bij een dame maar alleen met een zoontje samen te houden.